De executie

Tenuitvoerlegging

De tenuitvoerlegging van een opgelegde ontnemingsmaatregel vangt aan nadat deze onherroepelijk en executeerbaar is geworden. De executie is opgedragen aan het CJIB te Leeuwarden.

Indien er conservatoir beslag is gelegd, wordt de veroordeelde door het CJIB verzocht een betalingsaanbod te accepteren teneinde verdere uitwinning van het conservatoire beslag te voorkomen. Ook kan met de veroordeelde een betalingsregeling worden getroffen. Als de veroordeelde dit aanbod niet accepteert, wordt het conservatoir beslag omgezet in executoriaal beslag en door de gerechtsdeurwaarder te gelde gemaakt. Vervolgens kan met of zonder dwangbevel verhaal worden genomen op bezittingen en vorderingen van de veroordeelde.

Bij gebreke van voldoende verhaalsmogelijkheden kan in de fase van de tenuitvoerlegging door de gerechtsdeurwaarder executoriaal beslag gelegd worden.

Strafrechtelijk executie onderzoek (s.e.o.)

Indien betrokkene binnen de gestelde termijn niet (geheel) aan de betalingsverplichting voldoet, kan op vordering van de officier van justitie met machtiging van de rechter-commissaris een strafrechtelijk executie onderzoek (s.e.o.) worden ingesteld. Dit onderzoek is gericht om inzicht te verkrijgen op het verhaalbare vermogen van de veroordeelde. Dit onderzoek kan maximaal twee jaar duren.

Gedurende dit s.e.o. is het onder meer mogelijk dat er stelselmatig wordt geobserveerd, telefoongesprekken worden afgeluisterd en besloten plaatsen (niet zijnde woningen) worden betreden.

Matiging

Nadat de uitspraak onherroepelijk is geworden kan de veroordeelde bij de rechter die de ontnemingsmaatregel oplegde een gemotiveerd verzoek indienen tot vermindering of kwijtschelding van het opgelegde ontnemingsbedrag. Hangende de behandeling van het verzoek kan de executie worden geschorst.

Daarnaast kan de veroordeelde een gratieverzoek indienen.

Lijfsdwang

Indien de veroordeelde niet (geheel) aan zijn betalingsverplichting voldoet en volledig verhaal op diens vermogen niet mogelijk is gebleken, kan de rechtbank op vordering van de officier van justitie de lijfsdwang toewijzen. Lijfsdwang brengt vrijheidsbeneming met zich mee.

De vordering tot lijfsdwang wordt afgewezen als de veroordeelde aannemelijk maakt dat hij/zij niet kan betalen. De rechtbank kan ook het bedrag van de betalingsverplichting verminderen.

De maximale duur van de lijfsdwang is drie jaar. De lijfsdwang kan evenwel meerdere malen worden toegepast, zolang zij maar niet de maximale duur van drie jaar overschrijdt. De lijfsdwang eindigt in ieder geval door voldoening van het verschuldigde bedrag of indien de veroordeelde bij onherroepelijke uitspraak in staat van faillissement wordt verklaard. Na uitvoering van de maximale termijn van drie jaar lijfsdwang blijft de betalingsverplichting nog wel bestaan.

De veroordeelde kan de rechter verzoeken om opheffing van de lijfsdwang.